Kop: Gemiddelde breedte en hoge jukbeenderen. De stevige
kin vormt een rechte lijn met de neus en de bovenlip. Van de zijkanten
gezien vertoont de neus een licht hoogteverschil. Ogen:
groot, licht ovaal en staan enigszins schuin.
Oren: groot en breed aan de basis. Ze zijn hoop op de
kop, wijd uit elkaar geplaatst en ze lopen puntig toe.Typerend zijn de
oorpluimen vanuit de binnenkant van het oor naar buiten toe krullen. De
lynxpluimpjes zijn erg gewenst.
Lichaam: Het is het grootste, gedomesticeerde kattenras
dat we kennen, vooral de katers hebben hierin een naam hoog te houden.
Het gespierde lichaam is langer dan hoog, met een brede borst. De gespierde
poten zijn van gemiddelde lengte, met zware botten en de grote, ronde voeten
vertonen kleine haarpluimpjes tussen de tenen.
Staart: lang, die teruggelegd over de rug minimaal tot
aan de nek moet reiken.
Vacht: dicht, halflangharig die op de buik, de flanken
de staart duidelijk langer is. Een kraag is gewenst. De structuur van de
soepel vallende vacht is afhankelijk van de kleur. In de zomer is de vacht
doorgaans een stuk korter dan in de winter, maar de staart blijft altijd
volbehaard.
Kleur: De Maine Coon komt alleen voor in de zogenaamde
natuurlijke kleuren, zwart, blauw, rood, en creme, al dan niet met witte
aftekeningen, een tabbytekening of een zilverwitte ondervacht. De kleurverdeling
is van ondergeschikt belang.
Main Coons zijn ongecompliceerde, vriendelijke en goedgehumeurde katten.
Over het algemeen gaan ze goed om met andere katten en als de kennismaking
al op jonge leeftijd heeft plaatsgevonden, zal ook de omgang met honden
niet op problemen stuiten. Ten opzichte van mensen en kinderen is de Main
Coon zeer vriendelijk. Dankzij hun grote aanpassingsvermogen voelen ze
zich zowel op het platteland als op een bovenwoning in de stad thuis. De
meesten worden graag geaaid en geknuffeld, en zullen een wekelijkse borstelbeurt
als een aangename afwisseling van de dagelijkse gang van zaken beschouwen.
De halflangharige vacht van de Main Coon is zelfreinigend en blijft normaal
gesproken met een simpele wekelijkse borstelbeurt (bij sommige katten is
het wel vaker nodig) in goed conditie. Probeer bij het kammen niet al te
grof te werk te gaan, aangezien u hiermee de vacht kunt beschadigen. In
de lente en in de zomer zal de vacht gaan ruien, waarbij voornamelijk het
langere haar rond de kraag uitvalt.